Door huwelijken meer allochtonen

FRANS PEETERS

AMSTERDAM - Terwijl het totale aantal inwoners van Nederland in vijf jaar met drie procent is toegenomen, groeide het aantal allochtonen in diezelfde periode met ruim een kwart. Dat blijkt uit een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de vier grote steden zijn inmiddels drie van de tien inwoners niet-westerse allochtonen.

 

In de overige gemeenten met meer dan honderdduizend inwoners is de verhouding één op tien en in de kleinere gemeenten één op twintig. Van alle kinderen onder de vijftien jaar zijn in Amsterdam, net als in Rotterdam, Den Haag en Utrecht inmiddels zes van de tien allochtoon. In heel Nederland is dat één op zes.

Het CBS rekent alleen personen van de eerste twee generaties tot de allochtonen. In de CBS-definitie zijn niet-westerse allochtonen afkomstig uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Maar Japanners en degenen die afkomstig zijn uit Indonesië, rekent het CBS 'op grond van hun sociaal-economische en culturele positie' tot de westerse allochtonen.

De groei van het aantal niet-westerse allochtonen heeft volgens onderzoeker Joop Garssen twee belangrijke oorzaken. De eerste is 'de vrij grote vruchtbaarheid van allochtone vrouwen' en de tweede de spectaculaire groei (met tientallen procenten) van juist de tweede generatie.

Dat laatste komt doordat vooral Turken en Marokkanen nog steeds de voorkeur geven aan een partner uit het land van herkomst. Zulke huwelijken (volgens Garssen acht of negen op de tien) leveren opnieuw kinderen van de tweede generatie op, omdat een van de ouders niet in Nederland is geboren.

Omdat vaak partners binnen de familie worden gezocht, in een poging de bruidschat te behouden, komen kindersterfte en aangeboren afwijkingen onder hen vaker voor dan onder autochtone Nederlanders. Kindersterfte (in het eerste levensjaar) ligt in deze groepen dertig procent hoger. Maar dat heeft volgens het CBS ook te maken met het lagere welvaartsniveau. De GG en GD is al eerder een actie begonnen om te waarschuwen tegen de gevolgen van inteelt.

Vooral onder Antillianen en Turken komen tienermoeders voor, bij Turken omdat de meisjes vroeg trouwen, bij Antillianen gaat het om eenoudergezinnen. Op het totale aantal Nederlandse geboorten is hun aantal (ruim duizend per jaar, schat Garssen) te verwaarlozen, maar in sommige wijken van de grote steden, zoals de Bijlmer, vormen ze een probleem. De kindersterfte bij tienermoeders is zestig procent hoger dan normaal.

De concentratie in de grote steden is het sterkst bij de traditionele herkomstgroepen: Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen. Ook hun tweede generatie concentreert zich in het westen van het land. Daarentegen zijn de meer recente immigranten, overwegend asielzoekers, gelijkmatiger gespreid.

bron