Een leraar is in koelen bloede vermoord. Niemand, behalve onze politici, is hier verbaasd over. Bijna iedereen weet dat vooral op de zwarte vmboscholen een complete chaos heerst. Personeel wordt mishandeld en bedreigd, leerlingen vechten onderling als beesten, drugs zijn algemeen aanwezig. Scholen proberen van alles: blikken vol welzijnswerkers, wijkagenten, bewakers, welzijnsactiviteiten. Maar wie is nou eigenlijk verantwoordelijk? De OUDERS! Waar zijn ze, en wat doen zij aan hun losgeslagen kinderen?

Doodschieten leraar DIEPTEPUNT in gedrag allochtone jongeren

WAAR ZIJN DE OUDERS?

Radicale ingrepen NOODZAKELIJK!

door MARJOLEIN SCHIPPER
 
DEN HAAG, zaterdag
       De jonge Turkse man glimlachte er opgelucht bij, afgelopen week op het NOS Journaal vlak na de schietpartij op het Haagse Stevin College. „Ik hoorde er van en dacht: misschien heeft mijn broertje wel geschoten. Maar hij was het niet.”
        Dit keer dus niet, maar blijkbaar acht deze man zijn broertje heel wel in staat een leraar neer te schieten. Een verbijsterend idee. Even verbijsterend als de opmerking van Resul Kaya, vriend van de familie van de verdachte, dat ´de school de problemen van Murat had moeten opmerken´. De vermoorde leraar had die problemen immers scherp in de gaten; juist het feit dat hij Murat erop aansprak, is zijn dood geworden. Maar het meest verbijsterend waren toch wel de leerlingen die deze week demonstreerden met spandoeken voor ´hun Murat´, hun grote held. Hij had toch immers helemaal gelijk? Had die leraar maar niet zo vervelend moeten doen!
       Het gedrag past in het beeld van de overwegend zwarte vmbo-scholen in achterstandswijken van grote steden dat deze week weer eens naar buiten kwam. Leraressen die dagelijks voor kankerhoer worden uitgemaakt, mishandelingen, doods-bedreigingen, vernielingen, leerlingen die elkaar lens meppen, de helft van de leerlingen kent iemand met een wapen, er wordt vuurwerk in de kantine afgestoken.
       De betreffende vmbo-scholen wringen zich in alle bochten. Ze proberen van alles, van bewaking tot psychologische hulp voor de leerlingen, van naschoolse activiteiten tot ontbijt. Terra-directeur Van Miltenburg liet deze week weten ´héél veel aan gedrag en opvoeding te doen´. Maar wie is daar nou eigenlijk verantwoordelijk voor?
       Niet de school, niet de leraar, niet de bewaker, niet de wijkagent en ook niet het maatschappelijk werk. Ouders zijn verantwoordelijk voor hun kinderen. Die moeten zorgen dat ze gevoed en gekleed worden en zich een beetje behoorlijk gedragen. Maar blijkbaar zijn er steeds meer, vooral allochtone ouders, die dat achterwege laten. Ook bij de speciale ouderbij eenkomst op het Terra College afgelopen donderdag kwamen slechts enkele tientallen ouders opdagen. Wie moet ze op hun verantwoordelijkheden aanspreken en hoe? Wat zijn de mogelijkheden?
       
„In Turkije en Marokko wordt door de buurt op ze gelet, hier kunnen ze hun gang gaan”

Uit onderzoek van de GGD Rotterdam en de Universiteit Leiden blijkt dat er zoveel misgaat met de opvoeding van allochtone jongeren in achterstandswijken, dat radicale ingrepen nodig zijn. Niet alleen zou een opvoedcursus verplicht moeten zijn, ook zouden kinderen van hun derde tot en met de middelbare school bij de hand genomen moeten worden door hulpverleners, zo werd vorig jaar gesteld tijdens een debat van het Multicultureel Instituut Utrecht over opvoeding van allochtone jongeren.
       
Sadik C., 44
       
Vader van vijf opgroeiende kinderen.

        „Ik wil niet met mijn naam in de krant. Nederlanders snappen dat niet, maar onze gemeenschap let heel erg op elkaar. Je moet de eer van de familie ophouden, dus je zegt nooit iets nadeligs over je eigen mensen. Dat zie ik ook bij de vriend van de familie van Murat. Het is al heel wat dat hij zegt dat Murat een hoofd vol problemen heeft. Toch wéten wij allemaal wel dat ontspoorde jongeren een groot probleem zijn, maar wij weten niet wat wij moeten doen. Meisjes kun je binnen houden maar jongens niet. Die zijn al heel jong man. Je kunt niet zeggen: je blijft een week binnen. Dan tast je zijn man-zijn aan.”
       „Ik heb zelf een goede baan in de Nederlandse maatschappij en ik probeer mijn kinderen zo Nederlands mogelijk op te voeden, maar ik moet altijd rekening houden met de familie en de anderen. Niet alles kan. Er is natuurlijk ook het geloof. Ik weet veel van de Nederlandse maatschappij, maar er zijn ook heel veel Turkse en Marokkaanse ouders die dat niet weten. Die lezen geen krant, kijken geen Nederlandse televisie en praten alleen maar met elkaar. Hun zoons zijn thuis aardig en netjes maar de ouders hebben geen idee wat ze buiten op straat doen. In Turkije en Marokko wordt er door de buurt op buiten lopende kinderen gelet, hier kunnen ze hun gang gaan en kunnen ze op elke straathoek drugs kopen.”