Nostradamus aan de macht!

Het is weer verkiezingstijd, het zal niemand zijn ontgaan. De gemeenteraadsverkiezingen zijn inmiddels achter de rug en 15 mei vinden er tweede kamerverkiezingen plaats. De uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen en opiniepeilingen beloven ons een spannende strijd tussen de gevestigde politieke partijen enerzijds en nieuwkomers zoals Lijst Fortuyn en Leefbaar Nederland anderzijds. Bij de gemeenteraadsverkiezingen deden laatstgenoemden het overwegend goed, terwijl op veel plaatsen partijen als Pvda en VVD dramatisch verloren. Zo behaalde Fortuyn met Leefbaar Rotterdam een verpletterende overwinning en werd van niets ineens de grootste partij. Dat was wel even schrikken. De gevestigde partijen koesterden tot voor kort nog de illusie dat lokale- en leefbaar partijen een modeverschijnsel waren en dat de luchtbel genaamd Fortuyn snel en vanzelf uit elkaar zou klappen. Die gedachte bleek ijdele hoop. Regeringsmacht, een plek op het pluche, bleek voor partijen als VVD en PvdA opeens niet zo vanzelfsprekend meer. Paars III bleek volgens de peilingen en de voorspelde zetelaantallen zelfs helemaal niet meer mogelijk! En dat terwijl het ogenschijnlijk best goed gaat met de BV Nederland. De werkloosheid is in decennia niet zo laag geweest en Nederland bulkt van het geld (ook al is het nogal onregelmatig verdeeld). Wat is er toch aan de hand in dit koude kikkerland? En hoe zouden anarchisten op Fortuyn en de Leefbaren kunnen reageren?

Lokaal kabaal

Lokale partijen zijn alles behalve nieuw. Al tientallen jaren bestaan er in talloze steden en dorpen lokale partijen. De ‘Lijst Gemeentebelangen’, de ‘Stadspartij Purmerend’ en ‘Progressief Oegstgeest’ bevolken al lange tijd de gemeenteraadsbankjes en zijn niet zelden bij de kiezers populair. Soms zijn de lokale partijen geboren uit noodzaak voor kleinere partijen om de krachten te bundelen, maar even vaak komen ze voort uit plaatselijke burgerbewegingen voor of tegen het één of ander. De lokale partijen profileren zich dikwijls als anti-establishment-partij en dat doet het goed bij grote delen van de bevolking die over het algemeen wantrouwig staan tegenover de politiek van de grote partijen en vinden dat deze het contact met de burger verloren is. Doordat de meeste lokale partijen wars zijn van iedere consistente ideologie trekken ze aanzienlijk makkelijker kiezers aan dan de traditionele, ideologisch gekleurde oppositiepartijen als Groen Links, de Christen Unie en de SP. In de verkiezingsprogramma’s waarmee campagne wordt gevoerd worden willekeurig stellingen ingenomen die soms als typisch rechts en soms weer als typisch links betiteld kunnen worden. Men neemt standpunten in die in het belang gevonden wordt van de stad of het dorp waar de partij zetelt en werpt zich op als klub die de ‘gewone man’ weer een stem zal geven in de politiek.

De traditionele partijen laten zich daarentegen veel minder gelegen liggen aan typisch lokale omstandigheden, presenteren zich als de degelijke bestuurders en opereren vanuit weinig flexibele (landelijke) partij-politieke denkkaders.

Het is één van de redenen voor hun populariteit. De belangrijkste blijft echter toch dat het doen en laten van de gevestigde partijen landelijk veel weerstand oproept want hoewel het eigenlijk om gemeenteraadsverkiezing gaat, laten de kiezers zich toch voornamelijk leiden door de prestaties van de landelijke politiek.

Cijfers liegen niet

Toch dient alle ophef over de verwachte zetelwinst en het daarmee samenhangende gevaar Fortuyn enige nuancering. Immers, wanneer we naar de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen kijken is er meer dan de winst van de lokalen dat in het oog springt. Het opkomstpercentage bijvoorbeeld. Met 57,7 % is voor de gemeenteraadsverkiezingen een nieuw dieptepunt bereikt. De niet-stemmers zijn met hun score van 42,3 % eigenlijk de echte winaars van deze gemeenteraadsverkiezingen. Hoe druk de gevestigde partijen zich maakten over Fortuyn, zo stil waren ze over de historisch lage opkomst. Bijna de helft van de kiezers ging niet stemmen, maar er werd vrijwel geen woord aan vuil gemaakt. Alsof het er niet toe deed dat er zo weinig mensen op komen dagen en alsof het lage opkomstcijfer geheel los staat van de opkomst van Fortuyn en de andere lokalen. De opkomstcijfers vertellen ons echter meer dan dat de democratische legitimiteit van de politiek (nog verder) tanende is. Zo was in Rotterdam het opkomstcijfer 48,6%. Van de opgekomen kiezers stemde 34,7 % van de kiezers op Fortuyn. Dat betekent dat van alle kiesgerechtigden zo’n 17 % op Fortuyn heeft gestemd, 83 % dus niet. Daarnaast lag het opkomstpercentage 9,1 % lager dan het landelijk gemiddelde. In het Hilversum van Leefbaar Nederland-voorzitter Jan Nagel was het opkomstpercentage met 57,4 % ook (iets) onder het landelijk gemiddelde. In Hilversum verloren de Leefbaren maar liefst 11, 7 procent en kwamen uit op 23 % van de stemmen. Dit verlies kwam ondanks het bericht dat de populaire Leefbaar Nederland voorman Jan Nagel zijn Hilversumse wethouderpost dreigde op te geven bij verlies van zijn partij. Een plek op het pluche heeft de Leefbaren duidelijk niet populairder gemaakt. De Leefbaren, inclusief Fortuyn, lijken met andere woorden het vertrouwen in de parlementair politieke instituten niet te vergroten. Zo gingen er noch in Rotterdam, noch Hilversum méér mensen stemmen. De stemmen die zij behaalden kwamen voornamelijk van mensen die eerder op ander partijen stemden en van nieuwe stemmers.

 

De excentriekeling

Hij bezoekt geregeld zogenaamde ‘darkrooms’, neemt het op voor pedofielen, vindt de Islam een achterlijke cultuur en vindt het desondanks (of misschien wel daarom) helemaal niet erg als een Imam ‘homo zijn’ een ziekte noemt. Pim Fortuyn: door zijn medestanders wordt hij op handen gedragen en door zijn tegenstanders als extreem rechts en racist verguist. Een kaal geschoren kop, opgezwollen borrelpraat, twee kefferige hondjes, een sjieke auto, theatraal gebarend, licht pak met felgekleurde stropdas, kortom een excentriekeling, maar dan wel één die met behulp van z’n rijke vriendjes (die vaak niet minder gestoord zijn) als premier het land wil gaan leiden.

Wanneer Leefbaar Nederland niet zo stom was geweest hem als lijsttrekker te kiezen, om hem enkele maanden later weer te lozen, hadden we waarschijnlijk 15 mei niet met de gebakken peren gezeten. Of het een opzetje van Fortuyn was of niet, Leefbaar Nederland heeft hem met succes de Nederlandse politiek in gelanceerd en nu zitten we met hem opgescheept. Veel tegenstand ondervindt hij op zijn weg nog niet. Geboren saaiheden als Melkert en Dijkstal zijn eenvoudigweg (nog) geen partij voor Fortuyn. Na de uitslagen brak er daarom vooral bij de PvdA en de VVD ongekende paniek uit. Hun plaats op het pluche bleek van het ene op het andere moment in gevaar. De voor 6 maart op Fortuyn toegepaste strategie van negeren en demonisering had niet gewerkt. Sterker nog, het had Fortuyn’s populariteit alleen maar doen toenemen.

Inmiddels stelt men binnen de partijen de strategie bij en herbepaalt men de positie tegenover Fortuyn. De Pvda lijkt zich als ideologische tegenhanger van Fortuyn te willen profileren, terwijl de VVD zichzelf probeert neer te zetten als de stabiele, salonfähige evenknie van Fortuyn. Bij D66 gaat het nog steeds nergens over en Balkenende schuift met zijn CDA tegen het rechterbeen van Fortuyn. Het CDA koestert namelijk stiekum de hoop als lachende vierde uit de verkiezingsbus te komen.

Fortuyn vindt het allemaal prachtig en geniet van alle ophef rond zijn verschijning. Hij heeft het in z’n eentje toch maar even voor elkaar gekregen dat het weer ergens over lijkt te gaan en dat hij grotendeels de onderwerpen mag bepalen waarover gediscussieerd en campagne gevoerd wordt. Zo ging het onlangs gehouden tweede verkiezingsdebat genaamd ‘de Herkansing’ voor een groot deel over problemen met buitenlanders. Alsof er geen grotere en dringendere ‘problemen’ bestaan in dit land.

Extreem rechts?

Volgens een enquête bureau associeert 74 % van de ondervraagde Nederlanders Fortuyn voornamelijk met zijn standpunten over allochtonen. Laat er geen misverstand over bestaan. Het gedachtegoed van Fortuyn is doorspekt met discriminerende en racistische stereotyperingen en gedachten. Hij is geobsedeerd door de Islam en hangt allerlei (vaak reële) maatschappelijke problemen op aan de aanwezigheid van allochtonen in ons land en geeft vervolgens Paars de schuld van hun (groeiende) aanwezigheid. Toch is het kort door de bocht hem enkel als extreem-rechts af te schilderen hoewel hij zeker extreem en rechts is. De ideeën van Fortuyn verschillen echter op wezenlijke punten met bijvoorbeeld die van het Vlaams Blok hetgeen overigens niet wil zeggen dat zijn gedachtegoed minder bedenkelijk is, wel dat de term ‘extreem rechts’ de lading eenvoudigweg niet geheel dekt. Door hem enkel als extreem rechts te classificeren wordt voorbij gegaan aan de verschillen met andere extreem rechtse partijen en overige pijlers van zijn gedachtegoed: het libertarisme en populisme. In het programma Netwerk stelde < VVD-filosoof, red.> Paul Cliteur dat Pim Fortuyn in Nederland een geheel nieuw politiek profiel neerzet, nl. de combinatie van conservatief-rechts (veiligheid, migratie etc.) en de persoonlijke vrijheden die burgers hebben veroverd (acceptatie v. homoseksualiteit, e.d.). Fortuyn mag dan wel uitgesproken negatief zijn over de Islam en Islamitische medelanders maar daaruit mag niet de conclusie getrokken worden dat hij tegen buitenlanders persé is. Buitenlanders die ‘de Nederlandse cultuur’ omhelzen en zich schikken in het volgens hem daarbij horende beeld van hardwerkende, gezagsgetrouwe modelburgers zijn welkom. Zolang ze hier al zijn (want Nederland is vol) en hun steentje bijdragen aan de BV Nederland. Dat dit niet alleen voor rechtse blanke mensen een aanvaardbare gedachte is blijkt wel uit de allochtonen die op zijn lijst prijken. In de begindagen van CP’86 waren ook allerlei allochtonen binnen de partij actief die vonden dat allerlei andere buitenlanders (natuurlijk de armeren) profiteurs waren en het land uit moesten.

Een ander punt waarbij Fortuyn een ander standpunt inneemt dan menig extreem rechtse partij is zijn seksuele moraal. Hij komt openlijk uit voor zijn homoseksualiteit, al maakt hij er geen verkiezingsstunt van, en heeft begrip voor pedofilie. In de door Vrouwengroep Loeder uitgebrachte brochure: "Het vrouwbeeld van extreem-rechts" staat over homoseksualiteit het volgende: "Homoseksualiteit wordt altijd afgewezen en vooral belachelijk gemaakt. (…) Een voorbeeld van totale minachting en een poging om zo grof mogelijk uit de hoek te komen van het <Italiaanse neo-fascisten, red> MSI-AN: "Als de homoseksualiteit verheven wordt tot een recht, kunnen ook verkrachting, incest en geslachtsgemeenschap met dieren als rechten worden beschouwd". Het Vlaams Blok heeft al bedacht wat een effectieve methode zou kunnen zijn om ‘vreemde’ gezinsvormen te voorkomen of in ieder geval tegen te gaan. Alle ‘vreemde’ gezinsvormen moeten ofwel verboden worden, ofwel ontmoedigd in de vorm van sterk verminderde of zelfs afgeschafte kinderbijslagen. Daarmee bedoelt het Blok gezinnen van allochtone oorsprong, maar ook gezinnen die afwijken van het traditionele hetero-patroon. Het zou homoseksuele koppels bijvoorbeeld verboden moeten worden kinderen op te voeden." (4) Alhoewel homoseksualiteit in extreemrechtse kringen net zo goed voorkomt, wordt het officieel toch vooral neergezet als iets tegennatuurlijks, constateert Loeder in haar onderzoek.

Paars geweeklaag

Pim Fortuyn kan al met al niet zomaar in de extreemrechtse hoek geplaatst worden. Hij vermengt zijn obsessie met de Islam met libertarisch anti-overheiddenken en een vleugje conservatisme. Hij is een rechts populist en lijkt nog het meest op een soort Berlusconi zonder TV-zenders. Hoewel natuurlijk niet geheel vergelijkbaar, hebben de gebeurtenissen in Italië laten zien dat je daarmee aardig populair kan worden. De vraag die rijst is op welke manier Fortuyn en het door hem met succes uitgedragen gedachtegoed het best bestreden kan worden. De politieke partijen erkennen dat veel van zijn kritiek terecht is, maar hekelen zijn eenvoudige oplossingen en wijzen voortdurend op het gebrek aan reële alternatieven van de zijde van Fortuyn. De partijen aan de zogeheten ‘linker zijde’ van het politieke spectrum (een classificatie die overigens steeds meer aan betekenis inboet) bekritiseren daarnaast de door Fortuyn bepleite privatisering van de collectieve sector. Zij verwijten Fortuyn de solidariteit, een pijler van de verzorgingsstaat, te willen inruilen voor een maatschappij waar het recht van de economisch sterkste telt, een maatschappij waar mensen niet met elkaar maar naast elkaar leven.

 

Nu weet een ieder vrijdenkend mens dat de grote partijen al twee decennia precies datgene doen wat zij Fortuyn hier verwijten, namelijk de samenleving inrichten als één grote marktplaats waar iedereen geacht wordt met elkaar te concurreren. Het is hun eigen doorgeslagen vertrouwen in de ‘marktwerking’, de commercialisering van het publieke leven en het racistische uitsluitingsbeleid dat het electoraal fundament heeft gelegd voor types als Fortuyn.

Het geweeklaag van Melkert, Dijkstal en de Graaf die zeggen dat Paars het toch zo goed heeft gedaan en dat men eigenlijk niet begrijpt waarom het noodlot Fortuyn over hun is afgeroepen, vertelt ons dan ook dat men niets heeft begrepen van de belangrijkste electorale boodschap. Deze boodschap is niet zozeer dat er geen maatschappelijk draagvlak is voor het door Paars gevoerde beleid maar dat het door hun gevoerde beleid leidt tot de opkomst van de rechts populistische beweging zoals die van Leefbaren. We moeten echter niet uit het oog verliezen dat zich ook in andere westerse landen telkens soortgelijke bewegingen zichtbaar worden. Dat is ook niet zo vreemd wanneer je bedenkt dat het Paarse beleid in essentie niet veel verschilt van het beleid dat in de landen om ons heen wordt gevoerd. Europese liberalen, christen- en sociaal democraten voerden de afgelopen twintig jaar met veel overtuiging een harde neoliberale agenda. Supranationale instituten zoals de Europese Unie en de Wereldhandelsorganisatiezouden overigens een wezenlijk ander beleid domweg niet toelaten.

Wat voor antwoord dan?

Fortuyn heeft zich inmiddels omringt door tientallen rechtse betweters die een carrière in de politiek ambiëren. Onder zijn lijst bevinden zich Miss Nederland, dammer Harm Wiersma en een arsenaal aan sigaarrokende rechtse kankerpitten voor wie Paars nog niet rechts genoeg was. ‘Lijst Nostradamus’ kondigt bij iedere gelegenheid aan het land te zullen redden van de ondergang. Het land gaat naar de filistijnen, roept Fortuyn bij iedere gelegenheid uit. De opkomst van de Leefbaren vraagt om een antwoord. Het liefst luidt het antwoord de totale ondergang van Fortuyn en Leefbaar Appelscha tot-en-met Zundert want dat we niet zitten te wachten op een officier van Justitie om het land te redden lijkt me duidelijk. Het is daarom niet slim om voortdurend de pijlen op de persoon Fortuyn en zijn lijst te richten. Het gaat immers om de verwerpelijkheid van zijn ideeën. De persoon en partij zijn slechts het voertuig en er zijn een hele rits voertuigen van het zelfde merk op weg naar Den Haag.. Wanneer de kritiek zich te veel zou toespitsen op de persoon Fortuyn bevestigt men bovendien enkel de door hemzelf geambieerde positie als rebel. Een positie die hem klaarblijkelijk veel sympathie oplevert. De politieke partijen lijken zich hiervan trouwens inmiddels ook al bewust en hebben de persoonlijke aanvallen grotendeels gestaakt. Omdat Paars hoofdverantwoordelijk is voor het maatschappelijk klimaat waarbinnen Fortuyn het zo goed doet is het zaak voortdurend de gevestigde politieke partijen en het door hun gevoerde beleid te bekritiseren. Zoveel verschillen zijn er trouwens niet tussen Fortuyn en de Paarse partijen. Met name de vermarkting van de collectieve sector, een kernpunt voor Fortuyn, hebben ze allemaal min of meer al lang omarmd als pijler van de door hen hervormde verzorgingsstaat. Natuurlijk wil de ene partij het een tikkeltje meer of sneller en de ander een tikkeltje minder of langzamer maar het zijn toch vooral nuanceverschillen. Wat moeten anarchisten met de situatie aan? Een moeilijk punt voor anarchisten is dat er volgens hen binnen de parlementaire marges er voor hen geen aanvaardbaar alternatief voor Paars en Fortuyn te realiseren is. De maatschappij die men voor ogen heeft is er immers één zonder partijen en parlementen maar waar basisdemocratische organisaties op allerlei gebieden met elkaar federaties aangaan (zie artikel van Holgar in deze Dusnieuws).

Anarchistische protestgeluiden tegen Foruyn blijven helaas vaak hangen in de constatering of waarschuwing dat de ideeën van Fortuyn verwerpelijk zijn en dat ook de andere partijen niet deugen, en dat is nogal magertjes en makkelijk. Hoewel de parlementaire discussiemarges in verkiezingstijd klemmend kunnen zijn, zou men op z’n minst kunnen proberen de contouren van een alternatief maatschappijmodel te schetsen met de daarbij behorende kritiek op het parlementarisme. Ook zou men kunnen aangeven waar mensen zich kunnen melden voor verwezenlijking van dat alternatief of waar mensen terecht kunnen voor meer informatie over het alternatief. En daar stuiten we op een tweede probleem voor anarchisten in hun strijd tegen Fortuyn in het bijzonder en verrechtsing en kapitalisme in het algemeen en dat is het gebrek aan toegankelijke anarchistische organisaties. Er mogen dan wel heel wat anarchistische actiegroep en organisaties zijn maar de toegankelijkheid laat dikwijls veel te wensen over. Vooral de klaarblijkelijk bij velen diep gewortelde afkeer van (organisatie-) structuren en hardnekkige subculturele dogma’s houden de beweging klein en ontoegankelijk. Dat is erg jammer want het mag duidelijk zijn dat de twijfel over de zaligmakende werking van het kapitalisme groeit en een tikkeltje anarchistisch ‘populisme’ zou het heersende anti-parlementair gedachtegoed wel eens ‘onze’ richting af kunnen doen slaan. Een partij als de SP snapt dat heel goed en is daarom bij veel acties en demonstraties zichtbaar. Men nodigt mensen uit om actief te worden en zich daadwerkelijk in te gaan zetten voor hun alternatief voor Fortuyn. Maar ook de verschillende Trotskistische splinters zijn daar af en toe best handig in. Natuurlijk valt op hun aanpak, werkwijze en alternatief ook heel wat af te dwingen, maar ze zijn desalniettemin wel duidelijker over hun alternatief en een stuk toegankelijker dan menig anarchistisch collectief.

Met de spectaculaire opkomst van de Leefbaren en andere lokale partijen is duidelijk geworden dat de verhoudingen lang niet zo vastgeroest liggen als lange tijd gedacht werd. Ook groeit de kritiek op het doorgeslagen kapitalisme en individualisme. Net als door de opkomst van de globaliseringsbeweging en de geleidelijke maatschappelijke acceptatie van hun kritieken, blijkt dat er veel mensen hun twijfels hebben over de richting waarin de maatschappij zich begeeft. Het is uitermate triest dat veel mensen hun heil zoeken in rechtse en populistische politici, maar dat mag geen reden zijn ons van deze mensen af te keren. Integendeel anarchisten en ondogmatisch links zou juist extra hard hun best moeten doen om aan te geven wat hun alternatieven voor kapitalisme a lá Fortuyn en Paars zijn. Niet vanuit de loopgraven van het eigen gelijk maar midden in de maatschappij met een duidelijk verhaal en een uitnodiging samen te werken aan de verwezenlijking van veelkleurige basisdemocratische alternatieven.

Marco

 

(1) Lijst Pim Fortuyn: http://www.libertarian.nl/actueel/actueel020211_1751.html

(2) www.libertarian.nl

(3) Immigration Control: What about the Workers?, Paul Marks: http://freespace.virgin.net/old.whig/fl19imig.htm

(4) Het vrouwbeeld van extreem-rechts, Vrouwengroep Loeder: http://www.gebladerte.nl/20027g09.htm

 

http://www.eurodusnie.nl