Mogelijk nieuw onderzoek Van der G.

VIOLET COTTERELL

AMSTERDAM - Het Amsterdamse gerechtshof houdt nadrukkelijk de mogelijkheid open dat Volkert van der G. toch nader psychisch zal worden onderzocht. Van der G. zei gisteren dat hij hieraan zal meewerken, ook al ziet hij zelf 'de noodzaak niet'.

 

 

Voorzitter Jeroen Chorus van de strafkamer van het hof, die de zaak-Van der G. in hoger beroep behandelt, zei gisteren niet uit te sluiten dat het hof vóór of op de uitspraakdatum van 18 juli met een tussenarrest komt. In dat geval zal het de zaak waarschijnlijk terugverwijzen naar de rechter-commissaris voor een nieuw onderzoek door een psycholoog, een psychiater of beiden.

Eerder werd Van der G. tien weken geobserveerd in het Pieter Baancentrum (PBC), dat tot de conclusie kwam dat hij volledig toerekeningsvatbaar is. Over de kans op recidive kan het PBC niets zeggen. Van der G. heeft met een politiek motief en vanuit een rationele, politieke taxatie Fortuyn vermoord, zegt het PBC. De milieuactivist is weliswaar obsessief-compulsief gestoord, maar dat heeft vooral betrekking op zijn werk. Het PBC concludeerde dat die stoornis losstaat van de moord.

Die gedachtesprong vindt het hof onbegrijpelijk. Een politieke overtuiging hebben is normaal, een moord plegen niet. Wat heeft Van der G. ertoe bewogen dat toch te doen? Het PBC lijkt daar geen antwoord op te hebben waarmee het hof uit de voeten kan. Vandaar dat het een contra-expertise overweegt. Als Van der G. toch lijdt aan een stoornis die hem tot de moord heeft gebracht, kan dat tot tbs leiden.

Voor advocaat-generaal I. van Asperen de Boer maakt het motief noch de vraag naar de toerekenbaarheid veel uit, blijkens haar eis van levenslang. Zij gelooft niet in een politiek motief en denkt dat Van der G. uit afgunst jegens Fortuyn heeft gehandeld. ''Een persoonlijk motief met een politiek gelegenheidstintje.'' Alleen levenslang doet recht aan de enormiteit van dit misdrijf, vond ze. ''De reacties van afschuw zijn universeel. De onbevangenheid van politici, de openheid van onze samenleving, de vrijheid van meningsuiting ()de onschendbaarheid van de democratie, op al die verworvenheden is een aanslag gepleegd.''

De advocaten Stijn Franken en Britta Böhler pleitten voor een lagere straf. Ze vinden de achttien jaar die de rechtbank Van der G. oplegde, te veel voor een enkelvoudige moord door een verdachte met een blanco strafblad. Dit zou hooguit zestien jaar rechtvaardigen en gezien de gemiddelde straffen voor moord in Nederland eigenlijk nog minder.

Volgens Böhler is de moord op Fortuyn geen aanslag op de democratie. ''Volkerts daad was juist gericht op bescherming van de democratie.'' Ook na de moord is de democratie blijven functioneren en zijn bijvoorbeeld de verkiezingen doorgegaan, aldus de advocaten.

Ze noemden een reeks argumenten voor strafvermindering, zoals het strenge gevangenisregime van Van der G. Met een onderbreking van tien weken in het PBC, zit hij al ruim een jaar 22 uur per etmaal op zijn cel. Hij mag geen enkel contact hebben met medegedetineerden en komt alleen buiten in een kleine kooi zonder zonlicht, 'terwijl gebleken is dat hij in het Pieter Baancentrum probleemloos in een groep kan functioneren'. Op het verzoek om overplaatsing wordt echter niet gereageerd. Ook het cameratoezicht heeft Van der G. grote schade toegebracht, aldus de raadslieden.

Franken haalde fel uit naar de twee gedragsdeskundigen, jeugdpsychiater Menno Oosterhoff en de hoogleraar forensische psychologie Caroline de Ruiter. Zij verklaarden deze week bij het hof dat er talloze aanwijzingen zijn dat Van der G. lijdt aan het syndroom van Asperger, een milde variant van autisme. Ze hebben echter alleen informatie over Van der G. uit de media en erkennen dat uitspraken over een patiënt op afstand zeer riskant zijn. Volgens Franken zijn hun uitlatingen van een disputabel kaliber. ''Ze beweren aperte onjuistheden en halve waarheden. De waarde van hun bijdrage voor dit proces is nihil.''

Van der G. kreeg in zijn laatste woord eindelijk het woord spijt over de lippen. ''Ik heb spijt van het leed, met name naar de nabestaanden toe, dat ik heb aangericht. Ik heb dat destijds onvoldoende een rol laten spelen.'' Kil en gevoelloos, zoals hij wordt afgeschilderd, is hij niet, zegt hij. ''Dat ik moeite heb mijn gevoelens te uiten, wil niet zeggen dat ik ze niet heb.'' Hij vreest dat alles wat hij zegt door het meeluisterende openbaar ministerie selectief tegen hem wordt gebruikt.

Van der G. houdt zich in zijn cel bezig met filosofie en ethiek. Hij praat met een geestelijk verzorger 'om een spiegel voorgehouden te krijgen' en met een psycholoog over zijn dwangmatige trekken en het moeilijk kunnen uiten van zijn gevoel. ''Daardoor weet ik dat ik het nooit weer zal doen.'' Van der G. vroeg het hof zich te laten leiden door de geblinddoekte Vrouwe Justitia en niet door 'het geronk in de media'.

Uitspraak uiterlijk 18 juli.

Parool